FNRS-proeven

Kijk voor een uitgebreide uitleg over het diplomarijden op : www.ruiterpaspoort.nl

 


Proeven

De FNRS proeven zijn opgenomen in het FNRS handboek. Zie hieronder voor meer informatie.

 

De F-proeven bestaan uit de versies A en B. Kijk daarom voordat je de proef gaat leren of bestuderen, welke versie F-proeven er op de wedstrijddag worden verreden.

 

Promotiepunten

Als je 210 punten of meer haalt voor je dressuurproef, krijg je een promotiepunt (PP). Als je in de F1 één PP haalt mag je door naar de F2. Haal je daarin ook één PP en haal je het theorie-examen dan krijg je het diploma F2 uitgereikt. Voor de F3 t/m F8 proeven heb je minimaal 2 PP’s nodig om door te stromen naar en moet je over bij 5 PP. Ben je bij de F9 aangekomen dan heb je t/m F20 minimaal 3 PP nodig om door te stromen. Ook hier geldt bij 5 PP’s moet je over. Let wel even op: de manege bepaalt of je bij 2, 3 of 4 PP’s mag doorstromen naar volgende F proef. De theorieproeven (F2, F4, F6 en F10) worden meegenomen in de beoordeling, hierbij mag je maximaal 3 fouten maken om te slagen voor de diplomaproef.

 

Theorie

Voor de diploma's F2, F4 en F6 dien je ook een klein theorie-examen te maken. Een kopie van de leerstof is hieronder beschikbaar:
- Leerstuk F2: Harnachement & manegefiguren
- Leerstuk F4: Exterieur van het paard
- Leerstuk F6: Hulpen

 

FNRS handboek

De FNRS heeft het FNRS handboek "Leer Paardrijden met Plezier" uitgebracht, waarin alle FNRS proeven te vinden zijn met de bijbehorende theorie. Verder staat er veel informatie in over het paardrijden, veiligheid en andere dingen die belangrijk zijn om te weten.
Dit boek is voor € 15,00 verkrijgbaar bij de bar van de Eindhovense Manege.

 

Tips

 

F1 en F2

De F1 en F2 proeven zijn speciaal gemaakt voor beginnende ruiters. En zo worden ze dan ook beoordeeld. Als de ruiters binnenkomen bij A, dan kijkt de jury of er aan de minimale kledingvoorschriften is voldaan, dus een rijbroek, rijlaarzen en een veiligheidscap ! Degene die het proefje voorleest zegt wanneer je mag beginnen.

De oefeningen zijn nog niet zo heel moeilijk. Ze moeten echter wel goed uitgevoerd worden !
Dus goed luisteren wat er voorgelezen wordt.
Lichtrijden hoort natuurlijk op het buiten voorbeen te gebeuren. Als je dat nog niet helemaal door hebt, is dat niet zo erg. Het wordt dan beoordeeld bij het punt algemene indruk. Het is dus niet zo dat je voor elke oefening waarbij je op het verkeerde been lichtrijdt een onvoldoende krijgt.

Stelling, buiging en nageeflijkheid worden absoluut niet beoordeeld in de lagere proeven. Het is echter wel de bedoeling dat je het paard laat kijken in de richting waar je heen gaat en je moet zelf natuurlijk ook altijd kijken waar je heen wilt. Goed sturen dus !

Bij de F2 moet je na het groeten: afstijgen, de beugels opsteken (als er een slag inzit, zachtjes over het zadel leggen) en met het paard aan de hand de rijbaan verlaten. Let op dat je de teugel niet loslaat tijdens het opsteken van de beugels en dat je niet voor je paard uitloopt tijdens het verlaten van de bak.

Als laatste kun je heel veel punten halen als je netjes rechtop zit, je benen goed stil houdt en je handen netjes rechtop, laag en stil houdt. Als je daarbij ook nog eens kan laten zien dat je een paard in de goede richting kan sturen en hem kan laten overgaan van stap naar draf en omgekeerd, dan haal je zeker een promotiepunt.


F3 en F4

De F3 en F4 hier komt voor het eerst de galop aan bod. Let dus goed op dat je in de goede galop aanspringt. Als je paard in de verkeerde galop aanspringt hoor je dit te zien of te voelen en natuurlijk te corrigeren. Het gaat er dus vooral om of jij weet dat je in de verkeerde galop zit. Blijf je in de verkeerde galop, zonder dat je een poging doet om te herstellen dan kan je een dikke onvoldoende verwachten.
De hals laten strekken: zorg dat je de teugels heel lang maakt, maar laat ze niet zolang dat ze in een boog hangen. Altijd zorgen dat er nog licht contact is met de paardenmond. Strekt je paard zijn hals niet, dan moet de jury toch kunnen zien dat jij weet wat je moet doen bij halsstrekken.
De teugels op maat doe je op de correcte manier. Vraag aan je instructeur hoe dat precies moet. Zorg er voor dat je bij het op maat maken altijd gelijke spanning hebt op 2 teugels.
Ook moet je in de F4 de draf verruimen. Laat dus duidelijk een overgang zien tussen de draf verruimen en arbeidsdraf.
En natuurlijk weer netjes zitten, en de figuren netjes op de letter rijden. Dan kom je al een heel eind.

 

F5 en hoger

Bij de F5 wordt het lichtrijden op het verkeerde been per punt beoordeeld. Dus zorg dat je op het goede been rijdt, anders kost het je heel veel punten.
Van been wisselen tijdens het van hand veranderen doe je aan het eind van de diagonaal. Zo'n 3 meter voor de letter. Tenzij je aan het eind moet doorzitten, dan hoef je niet van been te wisselen.

 

Algemeen

Bij een vergissing in de proef dient het FNRS jurylid in te grijpen. Luister daarom ook goed wat je moet doen. Rijd je toch fout, dan krijg je strafpunten. De voorlezer of de jury vertelt je wat je even opnieuw moet doen.
Zorg dat je er netjes en verzorgt uitziet.
En je rijdt natuurlijk netjes de hoeken in en rijdt netjes op de letters.


Maak jezelf niet zenuwachtig, want je rijdt zoals je rijdt. Haal je je promotiepunt niet, dan is dat geen ramp. Dan ben je gewoon nog niet toe aan een hoger niveau, en daar hoef je je echt niet voor te schamen. Je hebt immers nog je hele leven om die proeven te halen.
En hoe vaker je je promotiepunt haalt, hoe hoger je komt, en hoe moeilijker het wordt.

 

Heb je nog vragen over de proef of over het rijden, ga dan naar je instructeur.

Heb je vragen over het jureren vraag dat dan aan Lincy van de Endert of Frits Melgert. Zij zijn erkende FNRS juryleden en kunnen je er dus alles over vertellen.